Een nieuwe camper kost gemiddeld tussen de €70.000 en €120.000. Dat is het realistische prijsbereik voor de meeste nieuwe campers die je bij een dealer vindt. Maar de werkelijke prijs hangt sterk af van het type, de bouw en de uitrusting die je kiest. Hieronder zie je precies wat die verschillen bepalen.
Wat kost een nieuwe camper per type?
De aanschafprijs van een nieuwe camper verschilt flink per type. Een instap-alkoof of een eenvoudige bestelcamper (ook wel campingbus of “alkoof-light”) begint rond de €40.000 tot €55.000. Dat zijn compacte modellen op een bestelbus-basis, zoals een Volkswagen of Fiat, met een beperkte uitrusting maar geschikt voor twee personen.
Een halfintegraal of integraal model zit al snel in de €70.000 tot €120.000. Dit zijn de meest verkochte categorieën voor wie comfortabel wil reizen met een vaste indeling, een goede badkamer en isolatie. Luxe alkoven of grote integralen van merken als Hymer, Niesmann+Bischoff of Concorde kunnen oplopen tot €150.000 of meer. Bij topmodellen zijn prijzen boven de €200.000 geen uitzondering.
| Type camper | Indicatieve nieuwprijs (2026) |
|---|---|
| Campingbus / kleine bestelcamper | €35.000 tot €55.000 |
| Alkoof (instap) | €45.000 tot €70.000 |
| Halfintegraal | €65.000 tot €100.000 |
| Integraal (middensegment) | €80.000 tot €120.000 |
| Luxe integraal / topmodel | €130.000 tot €200.000+ |
Deze bedragen zijn schattingen op basis van gangbare marktprijzen in 2026 en kunnen per dealer en uitvoering verschillen.
Wat bepaalt de prijs van een nieuwe camper?
Het basismodel is slechts het startpunt. De uiteindelijke aanschafprijs van een nieuwe camper wordt vooral bepaald door de opties die je kiest. Een zonnepaneel, airconditioning, extra accu’s of een fietsdrager zijn al snel samen een paar duizend euro extra. Bij grotere optiepakketten loopt dit op tot €10.000 tot €20.000 bovenop de basisprijs.
Daarnaast speelt het merk een grote rol. Italiaanse merken zoals Adria en Knaus zitten in het middensegment. Duitse merken als Hymer, Dethleffs en Bürstner gelden als kwalitatief goed maar ook duurder. Franse merken zoals Pilote en Chausson bieden vaak een gunstige prijs-kwaliteitverhouding in het instap- en middensegment.
Ook het basisvoertuig telt mee. De meeste campers rijden op een Fiat Ducato, Mercedes Sprinter of Ford Transit. Een Mercedes-basis is doorgaans enkele duizenden euro’s duurder dan een Fiat-basis bij hetzelfde campermerk.
Bijkomende kosten bij aanschaf
Naast de catalogusprijs zijn er kosten die er altijd bijkomen. Denk aan:
- BPM (belasting van personenauto’s en motorrijwielen): voor campers gelden aparte BPM-tarieven, die afhangen van gewicht en CO2-uitstoot. Dit kan al snel oplopen tot enkele duizenden euro’s.
- Aflevering en tenaamstelling: dealers rekenen hiervoor gemiddeld €500 tot €1.500.
- Garantiepakketten of service-abonnementen, optioneel maar gangbaar.
- Eerste inschrijving en kentekening.
Vraag bij de dealer altijd om een all-in prijs inclusief BPM en afleverkosten, zodat je niet voor verrassingen staat.
Nieuwe camper of toch tweedehands?
Een nieuwe camper kopen geeft je fabrieksgarantie, de nieuwste veiligheids- en rijhulpsystemen en de keuze in uitvoering. Het nadeel is de waardedaling: een nieuwe camper verliest in de eerste jaren relatief veel waarde, vergelijkbaar met een nieuwe auto. Een tweedehands exemplaar van twee tot drie jaar oud kan daardoor aanzienlijk goedkoper zijn voor vrijwel dezelfde uitrusting.
Kies alleen voor nieuw als je specifieke eisen hebt aan de indeling of uitrusting, als je langdurige garantie belangrijk vindt, of als je de camper langdurig wilt aanhouden. Ben je flexibel en wil je slim omgaan met je budget, dan is een jonge occasion het eerlijke alternatief.
Wie een nieuwe camper koopt in het middensegment, zit in 2026 al snel aan €80.000 tot €100.000 inclusief gangbare opties en afleverkosten. Vergelijk prijzen bij meerdere dealers, let op de all-in prijs en check welke opties al in het basispakket zitten. Kleine verschillen in uitrusting kunnen grote verschillen in prijs verklaren.