Een watertank voor de camper kies je op basis van drie dingen: de beschikbare ruimte in je camper, hoeveel liter je nodig hebt en de vorm die daarin past. Er zijn platte, smalle, hoge en L-vormige tanks, elk geschikt voor een andere situatie. De juiste keuze bespaart je gedoe onderweg en zorgt dat je langer zelfvoorzienend kunt rijden.
Welke vormen watertank zijn er voor een camper?
Camperwatertanks zijn er in meerdere basisvormen. De meest voorkomende zijn:
- Platte watertank: geschikt als je weinig hoogte hebt, bijvoorbeeld onder een bed of in een laag bagagecompartiment. Typische hoogte is 10 tot 20 cm.
- Smalle of hoge watertank: handig in een smal gangpad of in een hoge kast. Past op plekken waar breedte de beperking is.
- Rechthoekige standaardtank: de meest universele vorm, goed te plaatsen onder banken of in bergkasten.
- Maatwerktank: op maat gemaakt voor een specifieke ruimte in je camper. Duurder, maar je verliest geen centimeter.
Polyethyleen (PE) is het meest gebruikte materiaal. Het is lichtgewicht, smaak- en geurloos en bestand tegen kleine klappen. Roestvrij staal is sterker maar aanzienlijk zwaarder, wat bij een camper direct invloed heeft op het laadvermogen.
Hoe groot moet de watertank van je camper zijn?
Een globale vuistregel: één persoon verbruikt op een camperreis gemiddeld 10 tot 15 liter drinkwater per dag, als je zuinig omgaat (drinken, koken, handen wassen). Inclusief douchen op je eigen installatie reken je eerder op 20 tot 30 liter per persoon per dag.
Een stel dat twee tot drie dagen zelfvoorzienend wil rijden zonder vulpunt, heeft dus ruwweg 80 tot 180 liter nodig. Kleine tanks van 30 of 50 liter zijn prima voor wie elke dag een camping bezoekt met vulpunt. Grotere tanks van 100 liter of meer zijn beter voor off-grid kamperen of langere tochten.
Let wel op het gewicht: 1 liter water weegt 1 kilogram. Een volle tank van 150 liter weegt dus 150 kg extra. Controleer altijd of je camper dat aankan met je overige lading. Veel campers hebben een smalle marge tussen het lege rijklare gewicht en het maximaal toegestane totaalgewicht.
Watertank camper: waar monteer je hem?
De plaatsing heeft invloed op de rijstabiliteit van je camper. Een tank laag en centraal in de camper plaatsen, is gunstiger voor het zwaartepunt dan hem hoog of achteraan te hangen. Platte tanks under a bed frame of onder de vloer zijn om die reden populair. Zorg dat de tank goed vastzit; door rijbewegingen schuiven slecht bevestigde tanks en kunnen leidingen losraken.
Denk ook aan de aansluiting. De tank moet bereikbaar zijn voor het bijvullen, en de aftap moet aansluiten op je waterpomp en leidingen. Bij een eerste installatie is het verstandig de afstanden en doorvoeren te tekenen voordat je begint te boren.
Platte tank of hoge tank: wanneer kies je wat?
Kies een platte watertank als je ruimte van boven naar onder beperkt is, maar je wel oppervlakte hebt. Dit is typisch het geval in schoeienkasten, onder vaste bedden of in lage bergvakken. Het nadeel is dat platte tanks bij gelijke inhoud een groter grondoppervlak innemen.
Kies een hoge of smalle tank als je juist een smal, hoog gat hebt te vullen, zoals in een kledingkast of naast een toilet. Deze tanks zijn dieper maar smaller, dus je hebt minder vloeroppervlak nodig.
Bij twijfel: meet de exacte ruimte op (hoogte, breedte en diepte) en zoek een tank die daar zo dicht mogelijk bij komt. Een lege centimeter is verloren laadruimte in een camper.
Verse en grijswatertank: niet verwarren
In een camper heb je doorgaans twee aparte tanks: een vershoudwaterreservoir (drinkwater) en een grijswatertank (afvalwater van douche, wasbak en gootsteen). Ze zijn niet uitwisselbaar. De grijswatertank heeft een ander leidingennetwerk en mag op de meeste campings alleen geleegd worden op daarvoor bestemde punten.
Zorg bij de aanschaf van een nieuwe watertank dat je weet of je een vers- of grijswatertank nodig hebt. De materiaalspecificaties en aansluitingen kunnen verschillen.
De juiste watertank voor je camper is een combinatie van de beschikbare ruimte, het gewicht dat je camper aankan en hoe lang je zonder vulpunt wil rondrijden. Meet de ruimte nauwkeurig op, reken het benodigde volume door en kies dan pas de vorm. Zo zit je niet achteraf met een tank die net niet past of die je laadvermogen overschrijdt.